project woonwijk Paddepoel Zuid Oost
programma
57 grondgebonden woningen
opdrachtgever
woningcorporatie Nijestee, Groningen
Dit project maakt onderdeel uit van de herstructurering van de woonwijk Paddepoel in de oksel tussen de Zonnelaan en het spoor in Groningen. Zofa is gevraagd één van de blokken, de 2onder1 kap woningen aan de Grote Beerstraat en de toren (locatie A) te ontwerpen.
stedenbouwkundig plan
De stedenbouwkundige opzet en architectonische uitwerking komen voort uit het stedenbouwkundig plan d.d. september 2003, dat in opdracht van de gemeente Groningen dienst RO/EZ en woningcorporatie Nijestee is gemaakt door Soeters Van Eldonk Ponec architecten.
architectonische uitwerking
De types E en G vormen de lange strengen rondom het hof, type F is de afsluiting van het hof aan de spoorzijde en type N aan de zijde van de Grote Beerstraat. In het stedenbouwkundig plan worden de verschillende onderdelen (E-G, F en N) als afzonderlijk uit te werken volumes beschreven. In de architectonische uitwerking komt dit tot uiting door verschillen in typologie, plasticiteit in de gevel en materiaal- en kleurgebruik.
De wanden aan weerszijden van de groene hoven vormen samen de hoofdkarakteristiek hiervan. De types E en G bevinden zich aan verschillende groene hoven. Het onderscheid tussen E en G wordt gevormd door een andere stramienmaat, een verschil in relatie tussen wonen en maaiveld door een kleinere gevelopening op de begane grond en kleur metselwerk. In beide types is de individuele woning te herkennen door de verticale geleding in de gevel.
Naast de stedenbouwkundige verschillen zijn er ook overeenkomsten. Zo zijn alle woningtypes gesitueerd rondom een hof waarbinnen het parkeren op de begane grond is geregeld. Boven de parkeerplaatsen langs de woningen bevindt zich op de 1e verdieping een dek dat toegang biedt tot de F-woningen en de types E en G en 2 N-woningen voorziet van een buitenruimte en berging. Met elkaar vormen zij de afsluiting van dit binnengebied dat een collectief karakter zal krijgen. Dit maakt dat elk type op z’n eigen manier onderdeel is van een “familie”.
Deze “familie” wordt gevormd door kenmerkende raamopeningen (E, F, G en N in afgeleide vorm), het verschuiven van de raamopeningen op de begane grond waardoor de suggestie van een plint ontstaat (E, G en N) en een verticale geleding in de gevel (E en G).

